Je hebt er weken naar uitgekeken. Een dag zonder wekker, zonder to-do-lijst, zonder moeten. En dan is die dag er eindelijk. Je ligt in de tuin, op het strand, op de bank met een boek dat je toch niet leest.
En je lichaam doet niet mee.
Je ligt er wel. Maar ontspannen? Dat lukt niet. Alweer niet.
Misschien ken je dat gevoel al jaren. Je noemt jezelf dan al snel gejaagd, of te druk, of “gewoon iemand die niet kan stilzitten.” Maar wat als je al die tijd de verkeerde vraag hebt gesteld?
Je bent niet de enige die dit voelt
Bijna elke vrouw die ik spreek, zegt op een gegeven moment hetzelfde: “Ik snap niet waarom ik niet kan ontspannen. Ik wíl het wel.” Ze hebben vaak alles geprobeerd. Een vakantie geboekt. Vroeger naar bed. Een avond zonder telefoon. En toch blijft er iets — een soort onderstroom van onrust — die niet weg wil.
Dat is geen falen. Dat is een signaal.
Je wilt wel. Echt. Anders zou je dit artikel niet lezen.
En toch lukt het niet.
Dat zegt niets over jouw wilskracht. Het zegt iets over wat je lichaam ooit heeft geleerd — en dat is iets heel anders dan stilstaan.
Waarom “ontspannen” niet lukt, ook al wil je het heel graag
Stel je een rookmelder voor. Zolang er iets is om op te letten — rook, hitte, gevaar — doet hij precies waar hij voor gemaakt is. Maar een rookmelder die jarenlang in een huis heeft gehangen waar constant iets mis leek te zijn, kan overgevoelig worden. Hij gaat ook af bij een beetje stoom uit de douche. Niet omdat hij kapot is. Omdat hij heeft geleerd: beter een keer te veel alarm slaan dan een keer te weinig.
Misschien herken je het wel. Alsof je lichaam steeds even om zich heen blijft kijken. Zelfs wanneer er eindelijk niets meer hoeft.
Als je lange tijd — door drukte, door verantwoordelijkheid, door een periode waarin er veel van je werd gevraagd — hebt geleerd om alert te blijven, dan leert je lichaam dat scherp zijn veilig is. En stilstaan niet.
Dat is geen zwakte. Dat is een vorm van intelligentie die zich tegen jou lijkt te keren, terwijl hij ooit precies deed wat nodig was.
Ik betrap mezelf daar trouwens ook weleens op.
Ik zie dit iedere week in mijn praktijk
Laatst zat er een vrouw tegenover me die zei: “Ik heb een hele mooie tuin. Ik zit er bijna nooit in.” Ze werkte hard, zorgde voor iedereen om haar heen, en had zich voorgenomen om dit jaar echt tijd voor zichzelf te nemen. Maar zodra ze ging zitten, voelde ze zich onrustig. Binnen vijf minuten stond ze weer op. Voor koffie. Voor de was. Voor iets.
Ze dacht dat er iets mis met haar was. Dat was er niet. Haar lichaam had alleen nog nooit geleerd dat stilzitten veilig kon zijn.
Dat is precies wat ik bij zoveel vrouwen zie. Niet onwil. Niet luiheid. Een lichaam dat nog aan het wennen is aan rust.
Er is niets mis met jou
Als je dit leest en denkt: “dit ben ik” — dan wil ik dat je iets heel rustig laat landen.
Er is niets mis met jou.
Je bent niet te druk, niet te gespannen, niet “gewoon zo iemand”. Je hebt een lichaam dat heel goed heeft geleerd om aan te staan, in een tijd waarin dat nodig was. En een lichaam dat kan leren aanstaan, kan ook — stap voor stap — leren dat het weer mag afschakelen.
Niet door harder je best te doen om te ontspannen. Dat werkt vaak averechts. Maar door je lichaam, heel voorzichtig, weer te laten voelen dat het veilig is om niets te doen.
Wat nu? Een eerste kleine stap
Je hoeft dit niet in één keer op te lossen. Je hoeft helemaal niets op te lossen.
Als dit artikel iets in je raakte, heb ik een gratis mini-hypnomeditatie voor je gemaakt: “Als je weer wilt voelen”. Geen uitleg, geen theorie. Gewoon een paar minuten om je lichaam te laten voelen dat het even niets hoeft.
En als je liever eerst wilt luisteren in plaats van doen: in de podcast “Zomer van voelen” vertel ik meer over waarom ontspannen soms moeilijker is dan werken. Luister hier aflevering 91!


0 reacties